Doeltreffendheid van rookstopmedicatie

Heel wat geneesmiddelen worden aangewend om de rookstop te ondersteuen: varenicline, nicotine substitutietherapie (NRT) en bupropion. Maar welke van deze middelen is nu eigenlijk het effectiefst?

Om de ontwenningsverschijnselen die zich voordoen bij rookstop te onderdrukken, kan de cliënt een geneesmiddel innemen. Varenicline en combinatie NRT (pleister + orale vorm) blijken even effectief op de lange termijn. 20% van de cliënten die een rookstoppoging ondernemen, zijn met deze medicatie na 6 maand nog rookvrij.

Ter vergelijk: van de cliënten die ondersteund worden met single-NRT (dus één specifieke vorm) of bupropion, blijkt slechts 15% rookvrij na 6 maand. Ondersteuning met een placebo zorgt dat 10% van de rookstoppers nog rookvrij is na 6 maand.

Geneesmiddelen alleen zijn echter onvoldoende. Het toevoegen van motivationele begeleiding verhoogt de rookstopkans gemiddeld met nog eens 40%. In België kunnen cliënten hiervoor beroep doen op een tabakoloog, als is de ondersteuning van elke zorgverlener waar de cliënt mee in contact komt van essentieel belang.

Wil je meer te weten komen over hoe je als zorgverlener de rookstop kan ondersteunen? In de opleiding ‘stoppen met roken’ nemen we alle rookstopmedicatie nogmaals onder de loep, oefenen we op korte motivationele interventies en evalueren we rookstop in risicopopulaties. Deze opleiding is geschikt voor elke zorgverlener waaronder artsen, diëtisten, vroedvrouwen, apothekers, kinesitherapeuten of verpleegkundigen. Deze opleiding is zeer praktijkgericht, je kan je inschrijven via deze link.

Referenties
1/ Anthenelli RM et al. The Lancet. 2016 Jun 18;387(10037):2507-20.
2/ Cahill K et al. Cochrane Database Syst Rev. 2012 Apr 18;(4):CD006103.
3/ Hofman MT et al. Tob Control. 2010 Oct; 19(5): 410–416.

Gerelateerde artikels

Doeltreffendheid van rookstopmedicatie