Wetenschappelijke bronnen omtrent de veiligheid van geneesmiddelen tijdens de borstvoedingsperiode

Er zijn veel bronnen beschikbaar om de veiligheid van het gebruik van een geneesmiddel tijdens de borstvoedingsperiode in te schatten. Wel dienen we een onderscheid te maken tussen drie types van bronnen. Ten slotte dien je in te schatten in welke situaties je welke bronnen gebruikt.

1. Primaire bronnen

Primaire bronnen verzamelen alle individuele studies die gepubliceerd werden omtrent het gebruik van een specifiek geneesmiddel tijdens de zwangerschap. De grootste primaire databases in deze categorie zijn de Lactmed-database, het handboek ‘Medications and Mother’s Milk’ van Thomas Hale en het handboek ‘Drugs in Pregnancy and Lactation’ van Briggs (beide bij aankoop digitaal beschikbaar). Beide handboeken voorzien ook een samenvatting voor elk geneesmiddel. 

De Lactmed database is ook volledig beschikbaar onder de vorm van een smartphone of tablet applicatie wat hem zeer handig maakt in gebruik voor onderweg. Het grote voordeel van deze database, is dat je niet alleen het risico voor de baby kan inschatten, maar ook het effect van het geneesmiddel op het borstvoedingsproces zelf (vb verlaagde of verhoogde productie). 

2. Secundaire bronnen

Secundaire bronnen maken een samenvatting en een interpretatie van primaire bronnen. De meest gebruikte Nederlandstalige secundaire bronnen zijn Lareb (Nl) en Cybele (BE). Daarbij dient gezegd te worden dat Lareb betrekkelijk meer up-to-date bronnen gebruikt dan Cybele en daarom onze voorkeur wegdraagt. Internationaal bestaan schitterende aanvullingen. De Franstalige Lecrat-database is interessant maar de van oorsprong Spaanse bron e-lactancia is de grootste meerwaarde. De website is volledig in het Engels beschikbaar en geeft ook alternatieven wanneer een veiliger alternatief beschikbaar is. 

Het grote voordeel van sommige secundaire bronnen is dat je kan zoeken op een geneesmiddelgroep en zo onmiddellijk ziet welk geneesmiddel binnen die groep het veiligst is. Dit kan handig zijn bij een zelfzorgvraag, of wanneer je op zoek bent naar een alternatief. De meeste bronnen blijven echter molecuulspecifiek werken. Baseer je advies bovendien ook nooit op slechts één secundaire bron, aangezien het hier steeds om een interpretatie gaat.

3. Diversen

Daarnaast bestaan nog een aantal andere bronnen zoals de wetenschappelijke bijsluiter, de informatie op het Farmacotherapeutisch Kompas en het BCFI. Deze bronnen maken eerder een voorspelling op basis van farmacokinetische gegevens, of geven slechts zeer beknopte informatie weer. We raden af deze bronnen als enige bron te gebruiken.

Wat moet je onthouden

  • We adviseren bij twijfel altijd gebruik te maken van primaire bronnen. Reken de absolute kinddosis uit en vergelijk dit met de veilige pediatrische dosis.
  • Raadpleeg altijd meerdere bronnen om de veiligheid van een geneesmiddel in te schatten
  • Wanneer geen of onduidelijke informatie over een geneesmiddel terug te vinden is, switch dan naar een gelijkaardig waar wel informatie over bestaat
  • Vermijd preparaten met verschillende ingrediënten (bvb fytotherapeutische mengsels) of waarvan niet alle ingrediënten of dosissen gekend zijn. 

Wil je leren werken met deze databases en zo een onderbouwd advies kunnen formuleren aan je patiënten/cliënten? Kom dan naar onze workshop ‘Geneesmiddelgebruik tijdens de borstvoeding’. Na deze workshop heb je het opzoekingswerk in de vingers en kan je de dag erna al meteen aan de slag.