Science Sunday June /July 2026
Welkom bij een nieuwe editie van mijn Science Sundays, het maandelijkse moment waar ik stilsta bij de wetenschappelijke artikels die de deze maand mijn aandacht trokken. In dit overzicht deel ik recente publicaties, interessante bevindingen of weetjes en relevante updates. En dat alles gebundeld op een korte en toegankelijke manier, zodat iedereen die graag meedenkt of meeleest rond gezondheidswetenschap makkelijk kan aansluiten.
Met veel plezier deel ik in deze rubriek wat mij inspireerde, prikkelde of gewoonweg bleef hangen. Hopelijk doet het hetzelfde voor wie hier meeleest.
1/ Ethisch onderzoek naar geneesmiddelgebruik bij zwangere vrouwen of vrouwen die borstvoeding geven.
Deze publicatie trok meteen mijn aandacht omdat ze opnieuw de vinger legt op een probleem waar ik in mijn eigen onderzoek en klinische praktijk voortdurend tegenaan loop: het systematisch uitsluiten van zwangere vrouwen en vrouwen die borstvoeding geven uit klinische studies. En ook omdat het geschreven was door enkele Waalse topcollega's. Daardoor beschikken we voor heel wat geneesmiddelen nog steeds over verrassend weinig betrouwbare gegevens, terwijl net deze groep vaak medicatie nodig heeft. De auteurs pleiten voor een fundamentele ommezwaai: niet langer standaard uitsluiten, maar vrouwen op een ethisch verantwoorde en goed begeleide manier includeren in onderzoek. Alleen zo kunnen we beslissingen baseren op echte evidentie in plaats van op aannames of extrapolaties. Ik kan die boodschap alleen maar onderschrijven. Zolang we deze vrouwen blijven beschermen tégen onderzoek, blijven we hen in de praktijk behandelen zónder degelijk onderzoek.
Lees hier meer: link (open access)
2/ Het type suiker dat gebruikt wordt in kunstmelk
We weten al even dat niet alle types suiker (vb. lactose, zetmeel, maltodextrine...) in kunstmelk dezelfde fysiologische effecten geven. Helaas is er weinig onderzoek die kunstmelk met verschillende types vergelijken in de doelgroep waarvoor ze bestemd zijn: pasgeborenen. Een pas gepubliceerde studie toont nu aan dat baby's die een samenstlling op basis van glucosestroopbestanddelen (corn syrup solids) kregen, grotere schommelingen vertoonden in hun bloedsuikerspiegel dan baby's die borstvoeding of een lactosegebaseerde kunstvoeding kregen. Ook opmerkelijk: lactose in kunstmelk of in moedermelk gaf niet dezelfde effecten. Voor mij bevestigt dit één van de belangrijkste boodschappen die ik altijd al meegaf in mijn lessen: let op de suikers en als er geen medische reden is om geen lactose te geven, kun je dat beter ook niet doen. Ook al kunnen ze dezelfde hoeveelheid calorieën aanleveren, niet alle koolhydraten zijn gelijk, en daarom blijft het belangrijk om kritisch te kijken naar de samenstelling van voeding en onnodig toegevoegde of alternatieve suikers zoveel mogelijk te beperken.
Lees de volledige studie hier.
3/ IJzerstatus bij zwangere vrouwen en hun baby's
Een recente Noorse studie bevestigt nogmaals hoe vaak ijzertekort voorkomt tijdens de zwangerschap. Tegen het einde van de zwangerschap had 65% van de vrouwen een ijzertekort en waren de ijzervoorraden bij maar liefst 95% uitgeput. Opvallend was wel dat hun baby's het veel beter deden: ondanks een daling van de ferritinewaarden tussen 3 en 6 maanden had 90% van de baby's op 6 maanden nog steeds een adequate ijzerstatus. Er werd bovendien geen verband gevonden tussen de ijzerstatus van de baby's en borstvoeding of het gebruik van ijzersupplementen door de moeder. Ik neem vooral mee dat het belangrijk is om aandacht te hebben voor de ijzerstatus van de moeder tijdens de zwangerschap, maar suppletie enkel aan te bevelen als er klachten zijn of bloedarmoede optreedt. Ook zou het kunnen dat borstvoeding misschien onterecht als risicofactor voor ijzertekort bij de baby wordt beschouwd. Maar om dat besluit duidelijk te trekken, hebben we nog enkele grote studies nodig, alsook meta-analyses die alle resultaten samen nemen.
De studie lees je hier. (open access)
4/ Borstvoeding geven en een lager risico om zelf diabetes type 2 te ontwikkelen
Een recente cohortstudie onderzocht de relatie tussen de cumulatieve duur van borstvoeding en het risico op type 2-diabetes bij moeders. De onderzoekers vonden dat vrouwen die over al hun kinderen samen 24 maanden of langer borstvoeding hadden gegeven een lager risico hadden om later in hun leven type 2-diabetes te ontwikkelen. Het gaat hierbij om een observationele cohortstudie, waardoor een oorzakelijk verband niet kan worden aangetoond. Toch sluit deze bevinding mooi aan bij eerdere studies die suggereren dat borstvoeding niet alleen voordelen biedt voor het kind, maar ook kan bijdragen aan een betere gezondheid van de moeder op lange termijn.
De publicatie kan je hier nalezen (open acces).
5/ Borstvoeding geven wanneer je zelf blootgesteld bent aan PFAS
Een recente commentaar vestigt de aandacht op een onderwerp dat onder de radar blijft: de mogelijke invloed van PFAS op de borstvoedingsduur en de werking van de borstklier. Een review van verschillende epidemiologische studies toont aan dat vrouwen met hogere PFAS-blootstelling tijdens de zwangerschap gemiddeld korter borstvoeding geven. Parallel toont experimenteel onderzoek aan dat de borstklier zelf ook bijzonder gevoelig is voor deze stoffen. De auteurs van deze review pleiten er daarom voor deze effecten veel sterker mee te nemen in risicobeoordelingen en gezondheidsbeleid. Het gaat niet om bewijs van een rechtstreeks oorzakelijk verband, maar de beschikbare evidentie is wel voldoende om meer aandacht te vragen voor dit mogelijke gezondheidsrisico. Tegelijk mag dit uiteraard geen reden zijn om borstvoeding te ontraden: de voordelen van borstvoeding blijven ruimschoots opwegen tegen de mogelijke blootstelling aan PFAS.
Deze review met aanbevelingen kan je hier bekijken (open access).
6/ Veiligheid en effectiviteit van antenataal kolven: een systematische review
Eline Tommelein
Met Eline als lesgever heb je een echte multidomein docent te pakken. Ze legt zeer goed verbanden en is een kei in multidisciplinaire samenwerkingen. Ze brengt structuur aan in de veelheid van informatie die zorgverleners soms overspoelt en dringt snel door tot de essentie. Ze inspireert, zet aan tot actie en dit alles binnen een ontspannen, respectvolle en open sfeer.
Elke deelnemer naar huis laten gaan met praktische informatie waarmee ze onmiddellijk aan de slag kunnen, daar ga ik voor.
- 2011 – MSc Geneesmiddelontwikkeling (UGent, BE)
- 2012 – Klinische Chemie Cyclus (PAO-farmacie, NL)
- 2015 – PIAF cyclus Medicatiebeoordeling (PAO-farmacie, NL)
- 2016 – Doctor in Farmaceutische Wetenschappen (UGent, BE)
- 2018 – Erkend tabakoloog (VRGT, BE)
- 2018 – Farmacogenetica cyclus (PAO-farmacie, NL)
- 2020 – Postgraduaat Lactatiekunde (BE)